ACANA - Droogvoer

ZOALS HUN VOOROUDERS


De grijze wolf, Canis Lupus, is de voorouder en het naaste familielid van alle honden met voor 97% hetzelfde DNA. De Afrikaanse wilde kat, Felis Silvestris Lybia, is de naaste familie van huiskatten. 

Het zijn echte carnivoren die behoefte hebben aan veel vlees. Dit herken je door een aantal uiterlijke en inwendige kenmerken bij je hond en kat.


TANDEN EN KAKEN
  • Het keelgat is relatief groot om stukken vlees in hun geheel door te kunnen slikken, en er is een enkelvoudig kaakgewricht dat niet zijdelings kan bewegen (planteneters kauwen zorgvuldig, maar vleeseters kunnen geen kauwbeweging maken).
  • Scherpe puntige tanden voor het grijpen en scheuren van vlees (en niet voor het vermalen van planten).
SPEEKSEL EN ENZYMEN
  • Omdat vleeseters niet kauwen en niet zijn ingesteld op het verteren van plantaardige koolhydraten ontbreken verteringsenzymen in hun speeksel.
  • Planteneters kauwen hun voedsel en mengen dit met speeksel, maar vleeseters schrokken brokken vlees in hun geheel op. Het enige doel van speeksel voor vleeseters is bevochtiging van de keel, niet voor het voorverteren van voedsel.
  • Het speeksel van planteneters bevat verteringsenzymen die bij het kauwen met het voedsel worden gemengd en het verteringsproces van het voedsel start.
KORT SPIJSVERTERINGSKANAAL
  • Vleeseters in de natuur eten niet elke dag, en soms zelfs maar een enkele keer per week. Ze hebben een relatief grote maag zodat ze het vlees kunnen opschrokken en later kunnen verteren.
  • Omdat dierlijke ingrediënten veel gemakkelijker verteerd worden dan plantaardige, hebben honden en katten een kort en simpel maag-darmkanaal (zeker vergeleken met planteneters zoals koeien, die vier magen hebben en moeten herkauwen).

Vleeseters hebben tevens een hoge maagzuurconcentratie voor het snel afbreken van vlees en het doden van de bacteriën die in rauw vlees veel voorkomen.